Het geheugen van de Iraakse moderne kunst
Ismael Zayer*
Opnieuw bewijzen Iraakse schilders hun bekwaamheid en authenticiteit in de creatieve vorm die voor hen een manier van leven is geworden, ver weg van hun wortels, van het land dat hun artistieke en menselijke geheugen heeft gevormd.
Een deelname aan een groepstentoonstelling vereist moed van een kunstenaar. Zijn werk berust immers op individualiteit. De toeschouwer bevindt zich op deze tentoonstelling ook nog eens tussen de werken van 28 kunstenaars die tot verchillende generaties behoren. We zien Turki Abdulamir (uit de generatie van de jaren '60) naast Qasim Al-Saedy, Ramla Al-Yasim en Afifa Laibi (de generatie van de jaren '70) en daarnaast is werk te zien van kunstenaars die tot een latere generatie behoren zoals Mohammed Kureesh, Sadi Al-Rahaal, Bashir, Satar Kawoosh, Yousif Chati, Kamal Chreesh, Fadil Nimah en anderen. Bovendien zijn er ook jonge kunstenaars die zich pas in Nederland waar ze nu wonen, met veel enthousiasme hebben ontwikkeld.
De Koerdische kunst is goed vertegenwoordigd met kunstenaars als Suad Satar Omar, Karni, Hiwa Kareem, Aashti Shichani, Araaz Talib, Awni Sami en Araas. Deze kunstenaars worden niet gehinderd door de sociale en existentiële problematiek van de ballingschap om hun kunst te beoefenen en al de mogelijkheden daarvan te exploreren.
De tentoongestelde werken geven ons een goed inzicht in de ontwikkeling die de Iraakse kunst doormaakt, en in de thematiek en de technische middelen waarmee de Iraakse kunst zich ontplooit. Ze laten ook de artistieke tradities van de moderne kunstenaars in en buiten Irak zien en tonen aan hoe sterk de verbondenheid is.
Een kort overzicht van Iraakse kunst
De Iraakse moderne kunst is al enige tijd volwassen en houdt over het algemeen gelijke tred met de laatste ontwikkelingen in veel andere landen, van de VS, Europa tot China. Dat is vooral te danken aan de inspanningen van de kunstenaars zelf en ondanks een vaak onstabiele politieke en maatschappelijke omgeving die de neiging heeft het 'schrijven' van een persoonlijke biografie door kunstenaars te blokkeren, te doorkuisen of een andere richting op te sturen.
De Iraakse kunst heeft als onderdeel van main stream art haar specifieke eigenschappen kunnen behouden, omdat ze van generatie op generatie werden doorgegeven, via de kunstacademies, groepsvorming, kunsttijdschriften, persoonlijke vriendschappen.
In mijn visie zijn er vier duidelijk te onderscheiden generaties. Maar als we kijken naar de vierde generatie kunstenaars - na de pioniers van de jaren '40 en '50, de vernieuwers van de jaren '60 en '70 en de tachtigers - dan zien we dat ze allemaal met dezelfde, bijna heilige verering voor hun vak werken en blijk geven van dezelfde overgave als waarmee Iraakse dichters en schrijvers literatuur bedrijven.
Waar komt die heilige ernst vandaan? Dat de Iraakse kunst zo diep geworteld is, is historisch niet alleen verklaarbaar door het werk van de pioniers, die een kwalitatief hoogstaand voorbeeld gaven, maar ook door het feit dat ze zich telkens weer in bewegingen organiseerden. De vereenzelviging van de individuele kunstenaar met deze of gene groep, ging in feite zover dat we de geschiedenis van de Iraakse kunst niet kunnen volgen zonder een blik te werpen op de kunstenaarsbewegingen.
Dat men steun zocht bij elkaar, dat men manifesto's en andere teksten produceerde, dat men zo expliciet collectief vorm aan ideeën probeerde te geven, heeft alles te maken met het feit dat de Iraakse moderne kunst vanaf nul begon. Er viel weinig uit voorgaande artistieke tradities te integreren, en men had nog minder om zich tegen af te zetten. Europese volkenkundigen die over moderne kunst uit Irak of andere Arabische landen schrijven, denken vaak dat er een rechte lijn loopt van islamitische abstractie naar abstracte moderne kunst, maar in werkelijkheid is er een breuk van eeuwen, een gapend gat.
De Iraakse pioniers erfden niets op het gebied van de kunsten uit de vroeg-islamitische periode van Irak en omringende landen, die overging in een eeuwenlange Turks-Ottomaanse bezetting. De kunsten in het gebied dat later Irak zou heten, bereikten hun hoogtepunt ruim voor de Ottomaanse bezetting, in de dertiende eeuw, in de persoon van Al-Wasiti en zijn 'school van Bagdad'. Opeenvolgende bezetters, tot en met de Britten die Irak tot 1934 als mandaatgebied beheerden, bezondigden zich aan het vernielen (of wegslepen) van het culturele erfgoed, zowel uit de pre-islamitische als de islamitische periode. Elke poging tot politieke of economische, laat staan artistieke bloei werd in de kiem gesmoord.
Daarom waren Iraakse kunstenaars vanaf de jaren '30 op zichzelf aangewezen in het vormen van hun kunstenaarschap. Ze studeerden soms in Parijs en Londen maar moesten daarna om de laatste ontwikkelingen te kunnen bijbenen, zelf hun instellingen bouwen, hun kunstacademies, tijdschriften en tentoonstellingen. Ze moesten dit doen zonder steun van een stabiele politieke macht. Al evenmin konden ze rekenen op begrip bij een ontwikkeld publiek dat hun riskante en bijzondere culturele onderneming wist te waarderen. Het eerste Instituut voor Schone Kunsten in Bagdad was geen schepping van een staat of burgerij, maar van kunstenaars, Jawad Salim voorop.
En het scheppen van die institutionele inbedding was zeker geen gemakkelijke taak. Zoals de Palestijnse kunstcriticus Jabra Ibrahim Jabra, die lange tijd in Irak woonde, zo plastisch schreef: 'De verbeelding lag zeven eeuwen lang stil, begon zich te vervelen en bewoog toen eindelijk weer'. Na de Tweede Wereldoorlog moest 'de Iraakse jeugd op zoek naar zichzelf'. Al gauw zagen de kunstenaars in dat ze 'uit het niets moesten beginnen…want de kunstenaars waren noch op de hoogte van hun eigen erfgoed noch van dat van de westerse kunst,' aldus de onlangs overleden dichter Buland Al-Haidari, die nauwe betrekkingen onderhield met de pioniers. 'Het was alsof ze maagdelijke grond moesten bewerken'.
Omdat er in Irak destijds geen sociaal fundament voor de kunsten was noch gereedschap in de vorm van eigen visuele stijlen, waren de eerste pogingen gebaseerd op bestaande westerse technieken en stijlen: impressionisme, expressionisme, kubisme, Mondriaan en later Cobra. Tegelijkertijd werd stevig ingezet op bestudering van het eigen, door eeuwen van bezetting onzichtbaar geworden culturele en artistieke erfgoed.
Het duurde jaren totdat de ervaring van de Iraakse kunstenaars vorm begon te krijgen, hun kennis rijk en geschakeerd werd, zodat ze stevig op eigen benen konden staan, hun plek konden veroveren en zelfbewust de rol op zich namen van gids in een zich moderniserende cultuur. Ze baanden zich een weg met wilskracht en met liefde voor hun werk en manifesteerden zich op den duur als een elite die een nieuwe wereld schiep om een gelijke tred te houden met ontwikkelingen in de rest van de wereld. Heftige discussies en gedachtenwisselingen tussen kunstenaars begeleidden het uitkristalliseren van die specifiek 'Iraakse' moderne kunst, die andere richtingen opging dan bijvoorbeeld in Egypte.
Dus nogmaals, samenvattend: het is door de inspanningen van de Iraakse kunstenaars zelf en niet door de pottenbakkers van het Turks-Ottomaanse rijk dat de Iraakse moderne kunst een stevige basis kreeg, die de grondslag werd voor specifieke stijlen en vormen en een referentiekader voor telkens nieuwe generaties kunstenaars. Zij voegden er hun individuele ervaringen en thematiek aan toe, hun experimenten en hun drift om zich tegen voorgangers af te zetten of juist met hen de concurrentie aan te gaan. En het werd ook de springplank voor het bekijken, integreren of verwerpen van ontwikkelingen buiten Irak. Deze basis draagt wel onrust in zich maar ook de kracht om te blijven groeien en als klankbord te blijven fungeren voor komende generaties, omdat het een deel van hun geheugen zal zijn.
Dat als uitgangspunt nemend zijn we in staat de sterke impulsen te begrijpen en te volgen, die de Iraakse moderne kunst van binnenuit en van buitenaf heeft gekregen. De ervaringen van de kunstenaars, zowel op individueel als op groepsniveau, de wedijver en uitwisseling tussen de groepen, alsmede de wisselwerking met de moderne bewegingen in andere Arabische landen, leidden tot een reeks nieuwe kunststromingen. De zeer diverse ervaringen van Iraakse kunstenaars in het buitenland - in Oost- en West-Europa, China en de VS - leidden op hun beurt ook tot stijlveranderingen en tot andere opvattingen en relaties tot de wereld.
Hoe belangrijk de groepsvorming en collectieve initiatieven in Irak ook geweest zijn voor kunstenaars om hun grenzen te verleggen, het gemeenschappelijke in hun werk heeft nooit geresulteerd in het adopteren van één ideaal of een identieke kijk op kunst. De individuele vrijheid die de kunstenaar nodig heeft, was in die tijd - zeg, tot aan de jaren '60 - gewaarborgd. De geestelijke en intellectuele gemeenschap was niets anders dan een weg waarop de voetstappen van de individuele kunstenaars verenigd werden. Later zou het culturele klimaat zich heel anders ontwikkelen.
Oorlog, onderdrukking en ballingschap
Aan de bloei die de Iraakse moderne kunst doormaakte, kwam een eind door de staatsgrepen van de Baathpartij en de militairen in 1963 en 1968. De politieke en maatschappelijke ellende die deze coups met zich meebrachten, was niet te overzien. Ook de kunst en de kunstenaars hadden van het nieuwe politieke klimaat te lijden en werden slachtoffer van zuiveringen, moord, internering en beperking van de individuele vrijheid. Steeds meer kunstenaars zagen zich genoodzaakt om in ballingschap te gaan.
De rampzalige jaren van oorlog, tegen de Koerden, tegen Iran en daarna om Koeweit, hebben hun sporen nagelaten in het werk van deze kunstenaars. De jaren '80 van de oorlog tegen Iran met zijn honderdduizenden doden en verminkten en grootschalige verwoestingen van stad en platteland, de Anfal-operaties tegen de Koerden met hun verwoesting van duizenden dorpen en stadjes, hebben de Iraakse kunst en kunstenaar diep geschaad. In het werk van veel kunstenaars die deelnemen aan deze tentoonstelling, is dat zichtbaar. Door de lange jaren van oorlog verloor de kunstenaar zijn persoonlijke vrijheid in het algemeen en de artistieke in het bijzonder. Allerlei vormen van kunst werden misbruikt als middel om de werkelijkheid, de waarheid te manipuleren, contact met buitenlandse kunstenaars werd schier onmogelijk en sporen van vroegere generaties uitgewist.
In deze tentoonstelling zien we het werk van 28 kunstenaars. Wanneer we beseffen dat er nog honderden Iraakse kunstenaars, zowel van Arabische als Koerdische komaf, ontheemd raakten, dan kunnen we ons voorstellen hoe miserabel de kunst en cultuur van Irak ervoor staat.
------
* Ismael Zayer is kunstenaar, journalist en kunstcriticus. Hij woont in Amsterdam en werkt voor Nederlandse en Arabische media.
NOBELPRIJS DER KUNST 2000 VOOR MUDHIR AHMED
Mudhir Ahmed, een Irakese beeldend kunstenaar verblijvend in Zweden, heeft de Nobelprijs der kunst voor 2000 gewonnen. Deze prijs is een van de belangrijkste prijzen in Zweden. Het aantal deelnemers was dertig kunstenars. Hij is de eerste Arabische kunstenaar wiens carrière bekroond wordt met deze soort prijs.
Nobelprijs der kunst is vier jaar geleden in Zweden gecreëerd als initiatief van Goran Persson, een bekende Zweedse kunstenaar die in Karlskoga verblijvend is waar Alferd Nobel heeft gewoond. Deze prijs wordt elk jaar aan een winnende beeldend kunstenaar. Zij werd in de afgelopen drie jaar aan drie Zweedse kunstenaars verschaft.
Mudhir zegt: deze prijs zal me motiveren tot meer geven. Ik ben er heel blij mee.
Mudhir werd in Bagdad geboren in 1956. Hij is in het instituut der kunst in Bagdad afgestudeerd in 1978 en heeft zijn studie afgerond in Polen 1981 - 1986. hij heeft ook op het gebied van computers gewerkt aan de universiteit van Kove in Zweden. Hij heeft aan vele exposities deelgenomen in Irak tot 1978 en aan internationale exposities op het gebied van grafiek en schilderen.
Prijzen die hij gewonnen heeft in zijn carrière:
· Hij kreeg een studiebeurs van de afdeling "grafiek" in Polen 1987.
· Prijs tijdens exposeren op het gebied van grafiek in Norwegen 1992.
· = = = = = = = = = Zweden 1997.
· Ook kreeg hij een prijs der beoordeling van grafiekkunstwerken in Norwegen 1992.
Het regime in Irak en het verloren gaan van bezit van Irak.
De situatie in Irak gaat steeds slecht. Moeilijkheden, leed en wanhoop omhelzen het volk. Met de economie, onderwijs en gezondheidszorg gaat het steeds slechter. Corruptie tussen politiepersoneel in en in de rechtbanken neemt toe. Het niet veilig voelen en het niet vrij zijn overheersen het land. De regering minacht en haat het volk. Zij probeert op een of andere manier het bezit van het volk te verdoen. Voorheen door de oorlogen en tegenwoordig door misbruik van de omzet van zogenaamde"olie tegenover voedsel en medicijnen".
In de afgelopen twee maanden heeft de regering een paar besluiten uitgevaardigd. Sadam heeft het parlement opgedragen een bedrag van miljard euro af te staan van de omzet van"olie tegenover voedsel"aan de Filistijnen. Dit is een showbusiness. Sadan wil zomaar het Irakese volk verwoesten en het bezit ervan verdoen. Ook heeft hij een tijdje geleden een bedrag bijgedragen aan de bewoners van Limon, een dorp in Italië, om een theater voor de kinderen te bouwen.
Begin dit jaar heeft de regering ook een besluit genomen om de "ALROUDHA AL KADHIMIE"een heilige plaats in Bagdad, te verbouwen. Dit besluit valt in het nadeel van het volk. Want Sadam wil dat het (uitgehongerde) volk zelf geld bijdraagt aan dit project.
Dit is een gemeen beleid. De regering draagt het bezit van Irak bij aan vreemden hier en daar, en hij draagt het uitgeputte volk op om bij te dragen aan overbodige projecten in het land.
TENTOONSTELLING VOOR IRAKESE KUNSTENAARS IN NEDERLAND
Op 7/12/2000 heeft de burgemeester van Den Haag een beeldend kunstexpositie voor de in Nederland verblijvende Irakese kunstenaars. Babil Vereniging der Literatuur heeft deze expositie gehouden met deelname van 28 Irakese kunstenaars die tot verschillende generaties behoren. Ook werd tijdens het exposeren Mahmoed Sabri, een sinds 1963 in Prag verblijvend Irakese beeldend kunstenaar, speciaal beloond. Hij is bekend met zijn theorie: de realiteit van het aantal......de kunst en de mens.
Deze belangrijke kunstdemonstratie en de grote deelname in Nederland en europa hebben het culturele aanzicht van Irak prominenter gemaakt. Vooral in het laatste paar jaren is het aantal exposeren voor Irakese kunstenaars sterk toegenomen. Dat is te danken aan Babil Vereniging der Literatuur en ook aan de samenwerking van zowel de betrokken kunstenaars als de eventueel subsidiërende instanties. Bovendien is er een boek uitgegeven over de C.V.'s van de betrokken kunstenaars en het bevat ook een paragraf over Mahmoed Sabri en een aantal kunstwerken van hem, en een beknopte kritiek over de Irakese beeldend kunst door de criticus en kunstenaar Ismaiel Zaaier.