Halabja, stad van slepende dood en menselijke lijden
Op 16 maart 1988 vond een verschrikkelijke tragedie in de geschiedenis plaats toen de stad Halabje en de omringende dorpen in Noord - Irak met chemische wapens (mutsaard gas, sarin en tuban en VX) werden gebombardeerd door de Iraakse luchtmacht.
Er vielen bijna vijf duizenden doden en nog duizenden gewonden. De straten en stegen van de stad werden bezaaid met ontzielde lichamen van vrouwen, mannen en kinderen.
We als koerdische organisaties eisen het volgende:
Ten eerste; het zijn Duitse bedrijven die het regime in Irak hebben geholpen chemische wapens te kunnen produceren. Daarom het volgende van de Duitse regering:
· Vergoeding voor de morele en materiele schade als gevolg van de chemische aanval op Halabje. Het gaat hierbij om bijna 75 dorpen, steden en andere oorden. Dertien jaar na het bloedbad, lijden de inwoners van Halabje en andere gebieden nog steeds onder de gevolgen daarvan. Duizenden mensen lijden aan allerlei psychische - en lichamelijke aandoening en hebben hulp nodig.
· Het zuiveren van het milieu in Koerdistan van sporen en resten van chemisce wapens. De landbouw is op veel plaatsen verdord, de veeteelt ondervindt nog steeds drastische gevolgen van de gebruikte gifgassen: onvruchtbaarheid bij de dieren en veel dieren worden geboren met afwijkingen.
· Halabja te herbouwen en een retauratieprogramma op te starten.
Ten tweede : wij ondersteunen de pogingen van de Duitse Sociale Democratische Partij (SPD), het Europese Parlement en mevrouw Ann Cloyd. Wij verwachten van en vragen de Internationale gemeenschap een speciaal internationaal tribunaal te stichten voor de berechting van de oorlogsmisdadigers in Irak, o.a. de dictator van Irak en zijn gevolg wegens het plegen van de volgende misdrijven :
· Bestoken van Halabja met chemische wapens op 16 maart 1988 en het doden van vijf duizend mensen en meer dan tien duizend gewonden.
· Moord en het laten verdwijnen van(180.000) kinderen, vrouwen en andere inwoners van koerdistan, in de notoire Anfal operaties. Deze begonnen in februri 1988 en duurden tot September van hetzelfde jaar.
· Gedwongen uitzetting van meer dan 300.000 koerdische faily's. gijzeling van ongeveer 10.000 jongere faily's die apoorloos zijn verdwenen tussen 1970 en 1982.
· Gijzelen en laten verdwijnen van 8000 Barzani;s in Kushtapa kamp in het jaar 1983.
· Uitvoering van etnische zuivering tegen de koerden in de provincies Kirkuk, Diala, Moesel en Hawler o.a. door middle van de deportatie van meer dan 700.000 koerden uit hun oorspronkelijke gebieden en vestigen van Arabieren in die plaatsen. Dit begon in 1963 en is nog steeds gaande. Vanaf 1991 werden , met medeweten van VN - organisaties in koerdistan, meer dan 100.000 koerden gedeporteerd naar de bevrijde gebieden van Iraaks - koerdistan. Tien duizenden anderen werden gedeporteerd naar het midden en zuiden van Irak. Terwijl repressieve regeringsinstaties de Arabisatiecampagne verhevigden. Official staat dit bkend onder de naam "nationaliteitscorrectie", waaronder de koerden gedwongen worden hun koerdische identiteit formeel af te zweren en zich te registeren met de Arabische nationalitei
· Vervuilen en verstoren van het milieu in Koerdistan door het gebruik van chemische wapens. Het verwoesten van ongeveer 4500 dorpen en steden, duizenden moskeen en gebedsplaatsen, het tot ontploffing brengen en dichtgooien van vele waterbronnen in koerdistan in de jaren 1978 - 1988. het leggen van miljoenen landmijnen. Vernederen en verkrachten van koerdische vrouwen in de gevangenissen en tijdens de militaire campagne van het iraakse leger tegen de dorpen. Tijdens en na de opstand van de koerden in maart 1991 kregen de koerdische politieke partijen duizenden documenten in handen waaruit blijkt dat vele agenten van de inlichtingendienst en veiligheidsdiensten van de Iraakse regering officiel verkrachter als functieomschrijving hadden. De organisatie 'Middle East Watch' en andere mensenrechtenorganisaties beschikken over honderden documeneten en ander bewijsmateriaal die dit bevestigen.
· Vervuiling en vernietigen van het milieu in het zuiden van irak door het ddorleggen en inpolderen van een groot deel van de moerassen, met het doel het leven onmogelijk te maken in deze gebieden en de oppositie te dwingen de regio te verlaten.
Regeringen en internationale organisaties hebben nagelaten adequaat te reageren op de tragedie van halabja. Zij hebben heel weinig gedaan aan het verzchten van het lijden van de slachtoffers. Dertien jaar later wonen de inwoners van halabja nog steeds in de puinhopen van wat eens hun huizen waren, puin dat heel goed besmet zou kunnen zijn met resten van chemische wapens.
143 KOERDISCHE EN ARABISCHE ORGANISATIES EN VERENIGINGEN IN NEDERLAND EN EUROPA EN AUSTRALIE HEBBEN DEZE DOCUMENTATIE ONDERTEKEND.